Guingamor

Illustratie

De eerste aflevering is een liefdesverhaal van de twaalfde-eeuwse schrijfster Marie de France. Van haar weten we alleen dat ze leefde aan het Anglo-Normandische hof in Engeland, en in het oud-Frans schreef en dat haar verhalen de oudste literaire geschriften zijn in die taal. Haar verhalen noemde men lais, wat zoveel betekent als gezangen: regels van telkens acht lettergrepen. Behalve lais, schreef zij ook fabels. Van enkele lais wordt haar auteurschap betwist.

Het verhaal dat ik in deze eerste aflevering vertel, heet Guingamor, en is er een waarvan men niet zeker is dat Marie de France het geschreven heeft.

Het gaat om een jonge ridder, die zijn koningin, die hem in haar liefdesdienst wenste, heeft afgewezen uit ontzag voor de koning, maar ook uit onwetendheid, schrik wellicht voor wat liefde kan zijn; ervaring had hij immers helemaal niet. Een bleue ridder. De koningin is zeer ontstemd, en daagt hem uit te gaan jagen op de witte beer, een gevaarlijk en woest dier, dat dood en verderf zaait in het koninkrijk, maar nooit gedood is kunnen worden. Guingamor neemt de uitdaging aan, en begint daarmee aan zijn queeste, aan zijn overgang naar de volwassenheid. Allerlei sprookjeselementen komen in het verhaal voor: de uitdaging, het woud waarin hij verloren loopt, de ontmoeting met een beeldschone maagd, de ontdekking van wat liefde en seksualiteit is, maar ook het gevaar. Als Guingamor beseft dat hij geen drie dagen in liefde met de mooie jonge vrouw heeft doorgebracht, maar driehonderd jaar, wenst hij naar huis terug te keren, maar er is daar niemand meer natuurlijk die hij nog kent – die hem nog kent. Op zijn terugtocht naar zijn geliefde, verbreekt hij een gelofte die hij haar had gedaan, en verliest daardoor zijn onsterfelijkheid.

We vinden de essentie van dit verhaal terug in het door de zeventiende-eeuwse Madame d’Aulnoy geschreven verhaal waaraan zijzelf geen titel had gegeven, maar dat onder andere bij Jack Zipes bekend is als The Island of Happiness, en dat ik zelf de titel heb gegeven De wonderlijke avonturen van prins Adolphus, toen ik het enkele jaren geleden regelmatig vertelde. Madame d’Aulnoy’s versie toont weinig sympathie voor Adolphus (Guingamor), die zijn eigen eer verkiest boven de eeuwige liefde. Misschien maak ik er nog eens een podcast van.

Bronnen:
Beauties, Beasts, and Enchantment. Classic French Fairy Tales. Vertaald en ingeleid door Jack Zipes. 1989/2009: Crescent Moon Publishing, Maidstone.
Guingamor, Lanval, Tyolet, Bisclaveret; four lais rendered into English prose from the French of Marie de France and others by Jessie Laidlady Weston. With designs by Caroline Watts.
Marie de France, De Lais. Liefdessprookjes uit de twaalfde eeuw. Vertaald door Paul Verhuyck & Corine Kisling. 2009: Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam.
Nadine Jasmin, Madame d’Aulnoy. Zeer uitgebreide uitgave van alle contes des fées van Madame d’Aulnoy, met veel, verhelderende annotaties. 2008: Champion, Parijs. 2 dln.
The Lays of Marie De France. Vertaald en ingeleid door Glyn S. Burgess & Keith Busby. Penguin Books.

Begintune: Stef Conner & The Lyre Ensemble, ‘Come Sit Closer’ (fragment), The Flood. With their kind courtesy.
Verhaaltune: Marcel Pequel, ‘Six Data’. Free Music Archive.

  • Alternatief indien deze podcastepisode niet gevonden wordt: hier.
  • Het verhaal ‘Guingamor’ staat in mijn Dropbox, en je kunt het met deze link downloaden.