Categorie archief: Geen categorie

Afbraakwerken Rau

Rau – Milo Rau – is de huidige directeur van het Gentse stadstheater NTG, en ik heb de grootste moeite met deze man. Niet alleen omdat hij – net als zijn voorganger Johan Simons – mij een geweten wenst te schoppen en de wereld wil veranderen zonder te zeggen in welke zin. Ik verdenk hem vooral van een fascinatie, een ziekelijke fascinatie voor het kwaad en voor vernietiging. Nochtans komt hij over als een minzame, goedmoedige mens, maar ik vrees dat Rau eerder een wolf is in de gedaante van een Lam Gods. En een voyeur.

Enkele weken geleden schrok ik behoorlijk van zijn uitspraken in de pers – niet zozeer van de heisa rond de Lam Gods-productie – , maar van zijn ideeën over wat theater volgens hem moet zijn. Onthoud het woordje “moet”; het bijbehorende werkwoord, en het gelijkwaardige “niet mogen”, neemt Rau opvallend vaak in de mond. Hij is niet alleen een wolf, hij vertoont ook dictatoriale trekken. Hij is niet de enige theaterbaas die daarover beschikt overigens. Denken we aan een Fabre en een Perceval, al heeft hún ouder worden de scherpste kanten wat afgevijld. Rau is nog relatief jong, 41, maar toch al stevig gekneed.

Tegen zijn ideeën voel ik intuïtief een flinke aversie, maar ik voel me daar evenzeer zeer onzeker bij, want Rau staat in de internationale theaterwereld bijzonder hoog aangeschreven, en stapelt prijzen en vijfsterrenrecensies op elkaar. En wie ben ik dan uiteindelijk? Wellicht ben ik het zelf die de boot radicaal mist. Desondanks zijn er eveneens critici die zijn werk vinden getuigen van plat opportunisme. Ik weet het niet; weet alleen dat ik zijn werk niet wens te zien. Dat is een keuze, betwistbaar of niet.

In De Standaard van 19/20 mei stond Rau’s Het Manifest van Gent. Nogmaals schrok ik bij het lezen ervan. Staaltje dictatuur. Staaltje vernietiging. De werkwoorden moeten en nietmogen komen veelvuldig aan bod in het tienpuntenplan.

Opvallend vond ik punt 4: “De letterlijke bewerking van klassiekers op het podium is verboden [“verboden”! sic]. Als er bij de start van de repetities al een tekst – boek, film of toneelstuk – beschikbaar is, mag (sic) deze niet meer dan 20 procent van de voorstellingsduur uitmaken.”

Het staat er echt. Bestaande toneelstukken van hoge, universele waarde zal het NTG niet meer spelen, want met twintig procent Wachten op Godot, kun je diens komst wel helemáál vergeten natuurlijk.

De punten 5 tot en met 10 lijken me te zijn ontsproten aan een onzekere cabinetard van een omhooggevallen minister:

5. Minstens een kwart van de repetitietijd moet buiten een theaterzaal plaatsvinden.

6. In elke productie moeten op het toneel minstens twee verschillende talen worden gesproken.

7. Minstens twee van de acteurs op het podium mogen geen professionele acteurs zijn.

8. Het totale volume van de decorstukken moet kleiner zijn dan 20 kubieke meter en vervoerd kunnen worden in een bestelwagen die je met een gewoon rijbewijs mag besturen.

9. Minstens één productie per seizoen moet gerepeteerd of opgevoerd worden in een conflictzone of in oorlogsgebied zonder enige culturele infrastructuur.

10. Elke productie moet op minstens tien plaatsen in drie landen worden vertoond. Geen enkele productie mag het repertoire van NTGent verlaten voor dit is bereikt.”

Ik zou het hierbij willen laten. Het is wel genoeg zo. Het vomeren nabij. En tegen zo’n bijna dystopisch “manifest” kun je niet op.

Ik begrijp niet dat velen met hem meegaan en hem toejuichen, en ik blijf met deze Milo Rau de grootste moeite hebben. Op z’n minst wat ziekelijk lijkt hij mij toch wel. Helaas. Helaas voor Gent en voor het (stads-) theater aldaar.

Of voor mijzelf, te oud inmiddels wellicht om dit bij te benen, te lang geleden verliefd geworden op theater? Toch heb ik geen last van:

Nieuws!

screenshot_2018-05-16-21-08-10570161170.pngVooraan in het nieuws op VRT-radio, op 9 mei om 11:00 uur, stond het bericht dat een vrouw in Straatsburg overleden was nadat de alarmcentrale haar oproep niet serieus had genomen. Ook de correspondent in Frankrijk voor de VRT, Frank Renout, kwam nog even aan de telefoon, en gaf duiding bij het bericht.

Voor de vrouw en haar dierbaren zeer tragisch – toch vind ik het een belachelijke overdosis aan informatie. Waarom worden we hiermee belast?

Niet voor mij, dan tegen mij

hqdefaultWat er nu gebeurt, en de voorbije dagen is gebeurd, op de grens van de Gazastrook en de staat Israël, is beklemmend, en veroorzaakt, bij mijzelf toch, gevoelens van woede en van machteloosheid. Je kunt er bovendien nauwelijks iets over zeggen, want van menigeen krijg je meteen de kous op je kop: “Maak jij nu eerst maar eens je huiswerk”, is de hovaardige, intimiderende reactie van een kennis op Facebook die bijbels-pro Israël is. Hij had me eerder al zoiets gelapt in een discussie over de scheiding in de Nederlanden in 1585, maar dit terzijde, al is er een parallel: het ontkennen van de ander, de Palestijn en de Vlaming. Met andere woorden zegt hij ook: jij snapt er niks van omdat je er niks van afweet, dus houd je mond! Dat mag die persoon vinden, maar ik heb hem als “vriend” toch maar verwijderd. Je vrienden kun je gelukkig nog kiezen.

Het conflict is zo complex, en zo geworteld in wat kennelijk beweerd wordt in erg oude, onbetrouwbare boeken, én in de meer dan laakbare acties van het Westen gedurende de kolonisatie en de twintigste eeuw, dat, ook al had ik mijn huiswerk gemaakt, ik de beelden van jonge soldaten die met scherp schieten, en naar het schijnt met meer dan moordende kogels, en met meer dan “normaal” traangas, jonge en oudere Palestijnen verdrijven en hen zelfs als ze al honderden meters ver zijn, alsnog doden. Dat zijn emotionele aanslagen op een mens (ook op mij als verre toeschouwer die in vrijheid leeft en niets ontbeert), die onmogelijk door “huiswerk” en door zogezegde feiten gebaseerd op fictie, kunnen worden geheeld.

De Israëlische krant Haaretz kopte vandaag: “60 dead in Gaza and the end of Israeli conscience”. Dat is het dus wel zo ongeveer.

De Belgische premier spreekt zich uit in relatief scherpe bewoordingen – al vrees ik dat ze geen enkel effect zullen hebben; de Israëlische ambassadrice trekt zich alvast niets aan van wat de Belgische minister van Buitenlandse zaken haar vanochtend na haar “allemaal-terroristen”-uitspraak zou hebben gezegd – en vraagt om een internationaal onderzoek. Neen, zegt bijvoorbeeld Nederland dan, dat onderzoek moeten de Israëliërs zélf doen. Kan het dwazer?! In welke les staat zo’n idiotie die ik als huiswerk geleerd zou moeten hebben??! Moet ik ook uit het hoofd leren wat Michael Freilich (hoofdredacteur van Joods Actueel) volgens De Morgen van vandaag zou hebben beweerd, namelijk dat “er moest vermeden worden dat Palestijnen Israël konden binnendringen om burgers de keel door te snijden”. Wat is hun wereldbeeld? Snij je iemand de keel over met een steen? Een Palestijn sloeg een traangasbom terug met een… tennisracket. Dat zijn hún wapens. Denken mensen als een Freilich nu echt dat wij volslagen idioten zijn?
En in deze geest verschijnen er ook op Facebook berichten, vaak uit Nederlandse hoek. Wat heeft de gemiddelde Nederlander toch met Israël? De bijbel?

Ik kom er niet uit. Tientallen demonstranten koelbloedig doodgeschoten, net zoals op 31 maart 1960 in het Zuid-Afrikaanse Sharpeville, waarnaar nu door enkelen – terecht denk ik – wordt verwezen. (Zie foto bovenaan.) Israël is het apartheidsregime in Zuid-Afrika overigens altijd goedgezind geweest. Het is nochtans Zuid-Afrika dat nu zijn ambassadeur in Israël heeft teruggeroepen (Turkije ook trouwens).

Maar ik moet nu dringend mijn huiswerk gaan maken. Mededogen met al wie nu dood is daar, of moeizaam herstellende van erge verwondingen, moet ik kennelijk nog even uitstellen. Tot ik het begrepen heb. Dat begrip zal nog lang op zich laten wachten.

Onbeschaafd

5747fad035708ea2d5e4ef18

In de Anderlechtse wijk Peterbos was er onlangs rumoer.
Volgens wie het weten kon, was dat geen nieuw fenomeen.
Er was nu echter een vlam in de pan geslagen: drie inspecteurs van de Brusselse openbaarvervoermaatschappij MIVB waren onverhoeds aangevallen door jongeren, waarna, meteen de volgende dag al, een ploeg van de VRT erop uittrok om verslag te doen van een – ja van wat eigenlijk? Van een “probleemwijk”, van een “no-go-zone”…?
Beetje sensatiebelust toch wel; je kunt ook in de journalistiek even de kat uit de boom kijken. En eens wat navraag doen, zo links en rechts: wat is er loos, en is het onze aandacht waard?
Er werd met een enkele steen gegooid toen de reportagewagen de wijk binnenreed, voorzover te zien was in de reportage.
De avond nadien werd er onmiddellijk in Canvas’ Terzake, onder moderatie van ons moe Kathleen Cools – wanneer komt daar eens een anker van mannelijk kunne bij, of sowieso eens een ander gezicht? – zwaar gedebatteerd over het gebeuren, ditmaal met de Anderlechtse N-VA-lijsttrekker Gilles Verstraeten, voorzitter van Jong N-VA, een achtentwintigjarige jongeman zo uit de rechts-Vlaamse studentenbeweging weggelopen (zijn pet had hij achter moeten laten bij de schminkster) en met lege-huls Bianca Debaets, staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor CDampersandV. Ik kreeg niet de indruk dat beide politici de Peterbosse problematiek zullen kunnen oplossen. Verstraeten bralde als een student van de Leidse universiteit (Nederland), en Debaets, ach, moedig midden…

Ik vermoed dat als de reportageploeg van de publieke omroep na dát “debat” nóg eens de wijk was ingereden, dat het dan wel méér stenen had geregend, want als je er zo’n media-aandacht op loslaat, dan moet je de boemerang wel terugverwachten natuurlijk. Zouden journalisten zich af en toe ook eens niet moeten verantwoorden? Ze gedragen zich als “de vierde macht”, maar hebben geen enkel, maar dan ook geen enkel mandaat van de burger ooit gekregen!

Nu, op zich maakte het voor staatssecretaris Theo Francken, federaal staatssecretaris voor Asiel en Migratie en Administratieve Vereenvoudiging, niet veel uit. Zijn tweet had immers al de ronde gedaan: “Arabieren en stenen… en dan een grimlachende emoij”. De man had kennelijk niet beseft – we kennen dat inmiddels wel van deze impulsieve straatvechter – dat een gewone mens zo’n uitspraak onvermijdelijk associeert met het beeld van Arabische jongeren, Palestijnen, die stenen gooien naar hun Israëlische bezetters. Nu, in Peterbos was daar natuurlijk geen sprake van, van bezetting door een vreemde mogendheid, laat staan van een onaanvaardbare repressie met tientallen doden tot gevolg – het was dus niet erg “beschaafd” van Francken dat hij juist dát beeld gebruikte om de actie van oproerige jongeren in Anderlecht te schetsen. Het was vernederend voor de jongeren in Palestina. Het was als van ouds polariserend, Vlaams Belang-jargonnig, en in de grond niet (over-) (ge-) tuigend van goede wil. Ook niet getuigend van kennis van wat er op dat veld gaande is.

Goede vriend en collega Jan Jambon, federaal vicepremier en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, had een andere, uitermate verfrissende kijk op de zaak. [sarcastisch bedoeld] Hij zag in de oproer het bewijs dat zijn beleid “werkt”. Dus als je een bepaald beleid voert – wat op zich al wel te betwijfelen valt (dat hij beleid voert) – en mensen komen daartegen in opstand, dan “werkt” dat beleid. Nog even afgezien van de prangende vraag of de jongeren van Peterbos daadwerkelijk en doelbewust ageerden tegen het beleid van Jambon, is het een redenering waar zelfs iemand als Herman De Croo – ondanks vijftig jaar pluche; democratie! – nog een puntje aan kan zuigen.
Dat “het beleid” ten aanzien van wonen in de wijk Peterbos al enige decennia sowieso geen beleid te noemen blijkt te zijn, daarover zwijgen de Belgische overheden in alle talen. Begrijpelijk, want hun beleid “werkt” niet, op welk gebied dan ook.

Janboel

De burgemeester van Antwerpen, Bart De Wever, merkte een tijdje geleden op, dat de stad neigt naar segregatie, maar dat hij het eigenlijk niet zo erg vindt dat de joodse gemeenschap op een stadseiland leeft – zij veroorzaken geen conflict, want zij dagen de openbare ruimte niet uit.

Tegelijkertijd vond hij dat de islamitische gemeenschap zich onvoldoende inspant om te integreren – moslims zorgen immers wél voor conflict, doordat zij de openbare ruimte wél uitdagen.

Om te voorkomen dat de joodse gemeenschap dan toch ooit een conflict zou kunnen veroorzaken, regelde de burgemeester een gesprek tussen die gemeenschap en de firma die op Antwerps grondgebied reclamezuilen en dito panelen exploiteert. Buitenreclame heet dat in het vak. Enige druk op deze firma om tot een fatsoenlijk compromis te komen, zal vanwege De Wever zonder twijfel met succes gezet zijn. De firma moet de stad Antwerpen begrijpelijkerwijs te vriend houden, en de burgemeester de joodse gemeenschap, al zit dat in zijn DNA noch in dat van zijn partij.

De joodse gemeenschap krijgt namelijk op haar eiland liever geen lingeriereclame in de publieke ruimte meer onder ogen, ook al lopen vele orthodoxe joden sowieso al snel en met de ogen terneergeslagen om elk risico op oogcontact met een vrouw te voorkomen.

Indien de islamitische gemeenschap aan de burgemeester had verzocht een afspraak te regelen met die reclameverspreidingsfirma – wat zeker voorstelbaar zou kunnen zijn – , reken maar dat De Wever gezegd zou hebben: Ziet dat nu hoe die moslims weeral het conflict opzoeken!!

Uiteindelijk had de islamitische gemeenschap ook al eens gevraagd om eenzelfde militaire bescherming als hun joodse stadsgenoten sedert IS krijgen, en toen nul op rekest gekregen.

Ongetwijfeld moet er een Latijnse uitdrukking bestaan die de betekenis heeft van meten met twee maten en gewichten. Maar wellicht was De Wever net op de dag dat die spreuk in de les Latijn aan bod kwam, beetje-ziekjes thuisgebleven.

De foto bovenaan komt van het Nederlandse Nationaal Adviesbureau Buitenreclame (NABB), dat kennelijk de actualiteit, over ’s lands grenzen heen, goed, of met argusogen, volgt.

Handwerpen

In de jaren negentienzestig kwam ik steeds vaker in Antwerpen en werkte een jaar in een kleine drukkerij aan de Minderbroedersrui – ik ben geboren/getogen boven de Moerdijk. Een van de dingen die me verraste, was dat mijn baas Gérard mijn collega Alois en mij ’s morgens bij de aanvang van de werkdag telkens een hand gaf, en mijn collega en ik hetzelfde deden jegens elkaar. Ik kende deze gewoonte niet van huis uit. In vrienden- en kennissenkring begroetten mannen elkaar met een handdruk, een vrouw kreeg drie kussen, zowel van een man als van een vrouw. Dat ben ik zelf ook gaan doen.

Mannen die elkaar goed kennen en elkaar ter begroeting een hand geven, behoort inmiddels, in Antwerpen toch, tot het verleden; in plaats daarvan is het gewoon geworden dat mannen het vaak kussende doen. Anderzijds zijn er nogal wat vrouwen die dan weer niet veel meer moeten hebben van al dat ongevraagde gekus. Drie is sowieso te veel…

De herinnering kwam de afgelopen dagen naar boven door het gedoe rond “het geven van een hand”. De wijze waarop mensen elkaar begroeten, is een stilzwijgende afspraak, die door de tijd heen verandert, en niet vastgeklonken ligt aan dogmatische regels. Daar liep het de voorbije week volledig op vast, met overtrokken gevolgtrekkingen bij alle betrokkenen. Regels werden verward met religie, op rigide wijze klampten anderen zich juist aan die regels vast, zonder te willen zeggen met welke intentie dat dan gebeurt!

In een stad die haar naam te danken heeft aan een volksverhaal over een spelletje met een hand, zou het hele spektakelstuk grappig zijn geweest, als het niet zo in-en-in zielig was.

Vrijheid van meningsuiting

f6726dde-3f58-11e8-a75c-3ea4f294a1d3_web_scale_0.962574_0.962574__

Marc Elchardus en Walter Zinzen zullen naar alle waarschijnlijkheid in de recente campagne van Vlaams Belang de tolerantie vermoeden van onze democratie en de sublimatie van onze vrijheid van meningsuiting (zie). Zelf denk ik dat dat een grote fout zou zijn.
Vlaams Belang laat door een grimeur een model danig toetakelen, en zet bij dat beeld de tekst “Bescherm onze mensen. Crimigranten buiten”. Bedoelen zij dat de modeldame de crimigrante is – mooie woordaanwinst, dat wel – of zijn er, net zoals dat bij de crimiclowns – of toch bij de programmamakers het geval is – , bepaalde figuren in onze samenleving die met hun ziekelijke angsten geen blijf weten, en toek-toek, de eerste-de-beste dan maar in elkaar trimmen? En die “bepaalde figuren” zijn dan uiteraard geen stamboekvlamingen, want die doen in het geheel niets verkeerd natuurlijk, op wat huiselijk geweld na, of oproer na een of andere domme voetbalwedstrijd of het agressief verpesten van een Brusselse demonstratie, enzoverder.

Vlaams Belang heeft uiteraard niet de kunde om in deze boodschap uit te spreken op welke “crimigranten” deze partij het dan gemunt heeft. Zo voorzichtig zijn ze wel geworden, De Wever heeft daar minder moeite mee en heeft die rol met verve op zich genomen, maar ik veronderstel dat zij het zelf ook echt niet wéten, en dat het hun ook eigenlijk niet uitmaakt.
Als er maar angst verspreid kan worden.
Achter de wellicht enigszins toonbare voorzitter Tom Van Grieken staat immers nog altijd de notoire straatvechter Filip Dewinter, die van ophouden niet wil weten en wild om zich heen blijft schoppen, zijn aloude recepten weet boven te halen uit Hoe deed grootvader het?

Hopelijk zijn meer mensen dan vroeger immuner geworden voor dergelijke haatboodschappen, maar aangezien de N-VA intern toch op wat meer weerstand begint te botsen, zou Vlaams Belang weleens op het juiste moment met deze campagne naar buiten kunnen zijn gekomen. Behalve straatvechter is Dewinter ook een strateeg. Straatteeg.

Tegelijkertijd hoop ik dat Elchardus en Zinzen nog eens willen nadenken over de vrijbrieven die zij onlangs hebben verspreid.

© 2018 Rob Vanderwildt Antwerpen

Warboel

290px-New_York_City_GridlockEr blijkt in ons land (België) een kleine politieke partij te bestaan, met aanhang vooral in het Franstalige gebied (Brussel en Wallonië), die Islam heet, en als belangrijkste doel heeft van België een islamitische staat te maken met de sharia als wetboek en herinvoering van de doodstraf, al beweert men bij hoog en bij laag dat men dit zal doen binnen het kader van de hier te lande vigerende democratie. Dat lijkt me een flink huzarenstukje.
De partij, die al enkele jaren blijkt te bestaan en her en der ook enkele gemeenteraadsleden heeft, maar onlangs in twee is gescheurd (Salem heet het afgescheiden deel), wordt door de (extreem-) rechtse partijen afgedaan als de duivel, die middels wijwater uit ons land moet worden weggejaagd. Bart De Wever zal zich persoonlijk inspannen de partij te doen verbieden. Dat zal hem niet lukken; we horen hem er ook niet meer over.

Anderzijds hebben we intellectuelen-columnisten als Marc Elchardus en Walter Zinzen, die de partij Islam met haar belangrijkste doelstelling – de islamisering van België – beschouwen als een geschenk voor de democratie en als toppunt van vrije meningsuiting. En ach, veel stelt het immers toch allemaal niet voor?! Maar het vuurtje van de polarisatie is ondertussen weeral opgestookt.

De redenering van een Elchardus en een Zinzen opbouwen op stevige grond lijkt me eveneens een huzarenstukje: een politieke partij die dergelijke doelstellingen heeft beschouwen als een geschenk voor de democratie en als sublimatie van de vrijheid van mening. Elchardus en Zinzen c.s. wijzen er bovendien op dat Islam ook de vernietiging van de democratie voorstaat. Maar zolang ze geen daden stellen, geen probleem: vrije meningsuiting. Hoe rijm je dat?

Nu hebben we daar al wel wat ervaring mee: Vlaams Belang en N-VA streven al even openlijk naar de finale afschaffing van België. Het verschil tussen Islam, VB en N-VA zit ‘m dus enkel en alleen in het religieuze en het zogezegde verlichtingsdenken?

Islam wil op het openbaar vervoer mannen en vrouwen scheiden, De Wevers N-VA scheidt diverse bevolkingsgroepen, zij het niet door te bepalen op welke bank ze in de autobus mogen zitten, maar door ze op subtiele wijze tegen elkaar op te stoken.

Het is heel jammer dat de media vooral hebben gefocust – zo noemt men dat tegenwoordig – op het scheiden van mannen en vrouwen op het openbaar vervoer; wat uiteraard connotaties oproept met de (niet altijd openlijke) apartheid (vroeger) in Zuid-Afrika, in Israël en de VS – maar de kern – de beoogde islamisering van België niet diepgravend aan bod heeft laten komen.

Ik vind het een warboel. Zo’n partij als de Islam, daar schrik ik echt van; anderzijds meen ik dat “wij” onze islamitische landgenoten al decennialang in de kou laten staan als het erop aankomt hen te steunen in de bouw/inrichting van fatsoenlijke gebedshuizen. Maar om nu als intellectueel-columnist te gaan schrijven dat de partij Islam een geschenk is voor de democratie en de vrije meningsuiting, ik weet niet, maar is dat niet wat overdreven op z’n minst?!

Ik vind het een vreselijke warboel.

Een warboel in het hoofd.

Conflict vermijdend

Portret handen voor gelaat_Logan_Clean

Bart De Wever, voorzitter van de N-VA en burgemeester van de stad Antwerpen, heeft, ditmaal in de gratis zondagskrant De Zondag van 18 maart, wederom een uitspraak gedaan die aantoont dat hij ervan geniet te polariseren. Zonder enige acute, actuele aanleiding poneert hij dat “joden conflicten vermijden en dat dat het verschil is met moslims”. Wat hij er precies mee bedoelt, wordt verderop in het interview min of meer – min of meer! – duidelijk, wanneer hij erop wijst dat ook joden vasthouden aan het openlijk tonen van religieus-culturele kentekenen, maar daar de consequenties van dragen, waarmee De Wever zeggen wil dat geen enkele orthodoxe jood ambieert een loketfunctie bij de stad te willen vervullen. Dat is kennelijk zo. Of het van betrokkenheid getuigt? Ik zie ook nooit een orthodox-joodse chauffeur bij De Lijn – het zou me overigens een plezier doen als ik er wel een zou zien -, wél chauffeurs die op het eerste gezicht uit een moslimnest lijken te komen. De meeste joodse Antwerpenaren doen níet samen met niet-joden mee aan het dagelijkse leven, leven gesegregeerd, wat volgens De Wever mogelijk niet wenselijk is, maar geenszins problematisch. Onze joodse medeburgers hoeven zich dus niet te “integreren”. Anderzijds verlangt hij van de islamitische Antwerpenaar wél integratie, het liefst naar zijn (Romeins) beeld en gelijkenis. Hij maakt zich dan ook druk om het dragen van een hoofddoek door moslima’s, maar stoort zich niet aan de verplichte pruiken van joodse vrouwen, de verplichte rokjes-tot-over-de-knie van joodse meisjes, de verplichte pijpenkrullen van joodse jongetjes; en dat veel joodse jongeren zelden buiten de actieradius van hun gemeenschap treden, zal hem ook wel niet storen. Wie zich binnen de “draden” gedeisd houdt, heeft van de Antwerpse burgemeester weinig of niets te vrezen. Je móet dat meten met twee maten noemen. Ik vraag niet om een burgemeester die ineens, zomaar, de joodse gemeenschap plaatst tegenover de moslimgemeenschap, en de ene groep bestempelt als “braaf” en de andere als “stout”.

Dat “joden conflicten vermijden” is misschien in die zin waar dat “zij” “ons” niet openlijk lastigvallen. Een jood heeft mijn moeder nog nooit voor “hoer” uitgemaakt, een moslim wél, da’s waar. Maar een joodse mama willen helpen om haar met buggy en kinderen van de tram te krijgen – de wattman wordt al erg ongeduldig – wordt op een “vies gezicht” onthaald, want ik ben immers onrein. Ook dat is een vorm van conflict. Moslims zitten in de wereld van de drugs, waar het stadsbestuur repressief tegen optreedt in een heilloze war on drugs – joden verkeren in de niet altijd zo koosjere wereld van de diamant, waar Antwerpse stadsbesturen overigens traditiegetrouw maar al te graag mee meeheulen. Immers: We speak diamond!

Gelukkig zijn er sinds de uitspraken van onze Romeinse veldheer de nodige opiniestukken verschenen om de man – tevergeefs natuurlijk, want met veel dédain kijkt hij neer op al wie het niet met hem eens is en dus riekt naar links – op zijn plaats te zetten; opinies die flink wat steviger onderbouwd zijn dan deze blog van mij, die eerder uit verontwaardiging is voortgekomen. Er was er zelfs een in de vorm van een open brief, die eindigde met “Met de hoogste minachting”. De Wever zal het niet aan zijn hart laten komen. Hij is een bijzonder populair politicus die geen quiz meer nodig heeft, hooguit een slecht cabaretnummer met een vergiet op zijn hoofd, en die, zo blijkt vandaag 21 maart, de dag van de lente, het vertrouwen van de Antwerpenaar in het bestuur van ’t Stad stevig heeft doen toenemen.

Zijn vermogen echter om stenen te doen vechten, om tweedracht te zaaien, om op subtiele (?) wijze bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten, is enorm groot, is kwalijk en gevaarlijk. Even zo kwalijk en gevaarlijk is het dat ongeveer één op de drie Antwerpenaren dat niet inziet en daardoor getuigt van onwil om echt in wederzijds respect samen te leven. Wat een kansen missen we toch!

Theater!

STADSSCHOUWBURG-PAVLOV1

In de jaren negentienzestig woonde ik nog thuis, in Haarlem, Nederland. Het was naar alle waarschijnlijkheid in 1961 dat een van mijn oudere broers mij meenam naar de plaatselijke stadsschouwburg (foto boven). Ik was toen dertien, veertien jaar. Op de affiche stond Harold Pinters, door (toen nog) Gerard K. van het Reve majestueus vertaalde De huisbewaarder, met in de rol van Davies de “theaterreus” Guus Hermus, een eerder cerebrale acteur. Het was een overweldigende ervaring, die in mij een grote liefde voor (het) theater deed openbloeien. Ik hou niet alleen van enige cerebraliteit in een acteur – wellicht omdat het voor mij heel herkenbaar is en ik me er gerust bij voel – maar ook van wat in die tijd omschreven werd als psychologisch theater, theater dat bovendien nog door theaterauteurs geschreven werd en pas daarna “opgevoerd”, “gespeeld”. A well-made play. Eenzelfde overweldiging overviel me, toen ik in 1965 in Londen, waar ik enkele dagen logeerde bij vrienden die ik tijdens een amateurtheaterfestival in Berlijn had leren kennen, Pinters De thuiskomst zag. Ik had het theater aan mijn hart gedrukt.

Talloze malen ben ik in die jaren naar de receptieve schouwburg – Haarlem had geen eigen gezelschap maar alle Nederlandse gezelschappen deden de stad aan – gefietst, soms twee keer per week, ik ben geen Kortjakje, en vaak had ik een plaatsje op het tweede balkon links vanaf de bühne gezien, want daar was het het goedkoopst, zeker met een kortingbonnetje dat winkeliers kregen als ze een affiche ophingen, en onze schoenmaker ging toch nooit, dus kreeg ik het, en dan kostte het me vijfenzeventig cent, een kleine veertig eurocent. (foto: Haarlemse stadsschouwburg)

Helaas strandden mijn pogingen om een acteursopleiding te volgen tweemaal (eerst in Amsterdam, dan in Maastricht) in de tweede ronde van het toelatingsexamen, dat toen nog bestond uit het voordragen van twee gedichten, het spelen van een korte monoloog en het uitvoeren van een improvisatie, terwijl de “groten” van het Nederlandse theater toekeken, o zenuwen, plus nog een babbeltje met de directeur. Ik richtte me daarna op iets anders, er was zeker sprake van een zwart gat, maar in de jaren negentienzeventig flakkerde de liefde weer op, hier in Antwerpen, en speelde ik in een paar fijne stukken bij de amateurclub Multatuli (o.a. Wachten op Godot van Samuel Beckett) en bij Wil Beckers’ NVT De Waag. Misschien kon ik het dan toch wel, maar door ongelukkige keuzes die ik maakte in mijn leven, moest ik mijn lief ontrouw worden.

Jarenlang geen theater meer gezien, tot ik een jaar of twintig terug samen met mijn vriendin hier in Antwerpen opnieuw de drempel over stapte. Een eerste wederervaring was de integrale Ten Oorlog van Tom Lanoye door de Blauwe Maandag Compagnie. Herhaling van de overweldiging van een kleine veertig jaar daarvoor. Fijne dingen gezien nadien, in diverse (kleinere) theaters, in Antwerpen, in Gent, Brussel. Toen kwam de klad erin. Ik zag de eerste productie van Jan Fabre en ik schrok me dood. Ik zag regies van Guy Cassiers, die grote acteurs en actrices reduceerde tot leden van een hoorspelkern, stilstaan op het met tape geplakte kruisje omdat je anders niet goed op een van de beeldschermen op de scène in beeld komt. Wat doe je dan in het theater? Cassiers gaf het een tijd geleden zelf ook toe, in een interview: “Ik hou meer van boeken dan van toneelstukken”, zei hij, en dit seizoen worden er in Vlaanderen warempel maar liefst dertien theaterproducties ten tonele gebracht gebaseerd op boeken! De dramaturgie is al enkele jaren zo dood als een pier. Johan Simons wenste ons, na zijn “verlatingen”, opnieuw het geweten te schoppen dat hij zelf mist. Wat tijdens zijn afwezigheid in Gent onder toezicht van Wim Opbrouck was opgebouwd, werd met één verfveeg uitgewist. Theatermakers (er zijn ook geen toneelspelers meer, behalve die van tg Stan…) maken voorstellingen die het publiek zogezegd om de oren moeten slaan, het moet altijd over een onderwerp, een thema gaan, “maatschappelijk relevant” zijn, de thans lopende polemiek over de recente KVS-productie van Hugo Claus’ Leven en werken van Leopold II – oerpremière door de Nederlandse Comedie in de Stadsschouwburg te Amsterdam in een regie van de auteur op 21 november 1970, omdat men het in België aanvankelijk niet aandurfde, maar zelf enkele jaren nadien in Antwerpen gezien, gespeeld door de KNS – is nochtans bij wijlen hilarisch en vooral erg verwarrend – Chokri Ben Chikha in De Standaard van 13-03: “Het door elkaar halen van fictie en historische realiteit zaait verwarring en kan tot inzicht leiden.” Uh? Zie ook hier.

Theater mag kennelijk ook niet meer gaan over verhoudingen tussen mensen en hun verhoudingen tot hun bestemming, lotsbestemming zo je wilt, zoals in het theater dat ik heb leren kennen in de jaren negentienzestig. Natuurlijk, ik ben nu zeventig jaar oud, en heb een andere Bildung meegekregen, die voor mensen die jonger zijn niet per se geldig is, en voor mij allemaal niet gelaten, misschien verdien ik nu ook een regen van tomaten, maar het bloed en de pis van een Fabre interesseren me niet, integendeel, en Jan Decorte vond ik aanvankelijk een openbaring, maar na veel ongegeneerde voorspelbaarheid en het zoveelste naakte dansnummer, hield ik het/hem letterlijk voor bekeken. (Geheel toevallig woedt er nu een discussie over seksisme op de scène; Fabre was volgens De Standaard niet bereikbaar voor commentaar overigens.)

Vandaag, dinsdag 13 maart, lees ik in De Standaard, dat NTGent, het Gentse stadstheater, onder leiding van de nieuwe directeur Milo Rau, dus na Simons en Opbrouck, de openingsproductie van het nieuwe theaterseizoen voorbereidt. Het moet een evocatie worden van Het lam Gods. Men gaat “het beroemde schilderij van de broers van Eyck naar de planken brengen. Lam Gods moet een spiegel worden van de diverse Gentse samenleving van vandaag.” Ja wadde!! Je hoeft dus ook niet meer van boeken te houden. Een schilderij is al genoeg om daar een scènische afbeelding van te maken. Nogmaals: Ja wadde!! Of het bloedofferende schaap (foto) ergens een actuele weerspiegeling van is, ik ben benieuwd welke draai daaraan gegeven gaat worden. Fabre is altijd te bellen. Rau zoekt nog enkele niet-professionele acteurs om uitbeelding te geven aan Adam en Eva, Kaïn en Abel, de Ridders van Christus of de Rechtvaardige Rechters. Mogen zich ook melden, zo blijkt vandaag woensdag 14 maart uit diverse media: moordenaars, IS-strijders, mensen die naakt willen optreden en van appels en slangen houden… NTGent wil graag hun verhalen horen, die zij dan ook zelf willen vertellen. Meer iets voor een sociaal-“artistiek” project?? Meer info hier en hier over wat stilaan een hetze is geworden.

Je begrijpt al wel dat ik niet zal solliciteren, hoe doorleefd ook ik aan Kaïn en Abel gestalt(e) zou kunnen geven.