Theater!

STADSSCHOUWBURG-PAVLOV1

In de jaren negentienzestig woonde ik nog thuis, in Haarlem, Nederland. Het was naar alle waarschijnlijkheid in 1961 dat een van mijn oudere broers mij meenam naar de plaatselijke stadsschouwburg (foto boven). Ik was toen dertien, veertien jaar. Op de affiche stond Harold Pinters, door (toen nog) Gerard K. van het Reve majestueus vertaalde De huisbewaarder, met in de rol van Davies de “theaterreus” Guus Hermus, een eerder cerebrale acteur. Het was een overweldigende ervaring, die in mij een grote liefde voor (het) theater deed openbloeien. Ik hou niet alleen van enige cerebraliteit in een acteur – wellicht omdat het voor mij heel herkenbaar is en ik me er gerust bij voel – maar ook van wat in die tijd omschreven werd als psychologisch theater, theater dat bovendien nog door theaterauteurs geschreven werd en pas daarna “opgevoerd”, “gespeeld”. A well-made play. Eenzelfde overweldiging overviel me, toen ik in 1965 in Londen, waar ik enkele dagen logeerde bij vrienden die ik tijdens een amateurtheaterfestival in Berlijn had leren kennen, Pinters De thuiskomst zag. Ik had het theater aan mijn hart gedrukt.

Talloze malen ben ik in die jaren naar de receptieve schouwburg – Haarlem had geen eigen gezelschap maar alle Nederlandse gezelschappen deden de stad aan – gefietst, soms twee keer per week, ik ben geen Kortjakje, en vaak had ik een plaatsje op het tweede balkon links vanaf de bühne gezien, want daar was het het goedkoopst, zeker met een kortingbonnetje dat winkeliers kregen als ze een affiche ophingen, en onze schoenmaker ging toch nooit, dus kreeg ik het, en dan kostte het me vijfenzeventig cent, een kleine veertig eurocent. (foto: Haarlemse stadsschouwburg)

Helaas strandden mijn pogingen om een acteursopleiding te volgen tweemaal (eerst in Amsterdam, dan in Maastricht) in de tweede ronde van het toelatingsexamen, dat toen nog bestond uit het voordragen van twee gedichten, het spelen van een korte monoloog en het uitvoeren van een improvisatie, terwijl de “groten” van het Nederlandse theater toekeken, o zenuwen, plus nog een babbeltje met de directeur. Ik richtte me daarna op iets anders, er was zeker sprake van een zwart gat, maar in de jaren negentienzeventig flakkerde de liefde weer op, hier in Antwerpen, en speelde ik in een paar fijne stukken bij de amateurclub Multatuli (o.a. Wachten op Godot van Samuel Beckett) en bij Wil Beckers’ NVT De Waag. Misschien kon ik het dan toch wel, maar door ongelukkige keuzes die ik maakte in mijn leven, moest ik mijn lief ontrouw worden.

Jarenlang geen theater meer gezien, tot ik een jaar of twintig terug samen met mijn vriendin hier in Antwerpen opnieuw de drempel over stapte. Een eerste wederervaring was de integrale Ten Oorlog van Tom Lanoye door de Blauwe Maandag Compagnie. Herhaling van de overweldiging van een kleine veertig jaar daarvoor. Fijne dingen gezien nadien, in diverse (kleinere) theaters, in Antwerpen, in Gent, Brussel. Toen kwam de klad erin. Ik zag de eerste productie van Jan Fabre en ik schrok me dood. Ik zag regies van Guy Cassiers, die grote acteurs en actrices reduceerde tot leden van een hoorspelkern, stilstaan op het met tape geplakte kruisje omdat je anders niet goed op een van de beeldschermen op de scène in beeld komt. Wat doe je dan in het theater? Cassiers gaf het een tijd geleden zelf ook toe, in een interview: “Ik hou meer van boeken dan van toneelstukken”, zei hij, en dit seizoen worden er in Vlaanderen warempel maar liefst dertien theaterproducties ten tonele gebracht gebaseerd op boeken! De dramaturgie is al enkele jaren zo dood als een pier. Johan Simons wenste ons, na zijn “verlatingen”, opnieuw het geweten te schoppen dat hij zelf mist. Wat tijdens zijn afwezigheid in Gent onder toezicht van Wim Opbrouck was opgebouwd, werd met één verfveeg uitgewist. Theatermakers (er zijn ook geen toneelspelers meer, behalve die van tg Stan…) maken voorstellingen die het publiek zogezegd om de oren moeten slaan, het moet altijd over een onderwerp, een thema gaan, “maatschappelijk relevant” zijn, de thans lopende polemiek over de recente KVS-productie van Hugo Claus’ Leven en werken van Leopold II – oerpremière door de Nederlandse Comedie in de Stadsschouwburg te Amsterdam in een regie van de auteur op 21 november 1970, omdat men het in België aanvankelijk niet aandurfde, maar zelf enkele jaren nadien in Antwerpen gezien, gespeeld door de KNS – is nochtans bij wijlen hilarisch en vooral erg verwarrend – Chokri Ben Chikha in De Standaard van 13-03: “Het door elkaar halen van fictie en historische realiteit zaait verwarring en kan tot inzicht leiden.” Uh? Zie ook hier.

Theater mag kennelijk ook niet meer gaan over verhoudingen tussen mensen en hun verhoudingen tot hun bestemming, lotsbestemming zo je wilt, zoals in het theater dat ik heb leren kennen in de jaren negentienzestig. Natuurlijk, ik ben nu zeventig jaar oud, en heb een andere Bildung meegekregen, die voor mensen die jonger zijn niet per se geldig is, en voor mij allemaal niet gelaten, misschien verdien ik nu ook een regen van tomaten, maar het bloed en de pis van een Fabre interesseren me niet, integendeel, en Jan Decorte vond ik aanvankelijk een openbaring, maar na veel ongegeneerde voorspelbaarheid en het zoveelste naakte dansnummer, hield ik het/hem letterlijk voor bekeken. (Geheel toevallig woedt er nu een discussie over seksisme op de scène; Fabre was volgens De Standaard niet bereikbaar voor commentaar overigens.)

Vandaag, dinsdag 13 maart, lees ik in De Standaard, dat NTGent, het Gentse stadstheater, onder leiding van de nieuwe directeur Milo Rau, dus na Simons en Opbrouck, de openingsproductie van het nieuwe theaterseizoen voorbereidt. Het moet een evocatie worden van Het lam Gods. Men gaat “het beroemde schilderij van de broers van Eyck naar de planken brengen. Lam Gods moet een spiegel worden van de diverse Gentse samenleving van vandaag.” Ja wadde!! Je hoeft dus ook niet meer van boeken te houden. Een schilderij is al genoeg om daar een scènische afbeelding van te maken. Nogmaals: Ja wadde!! Of het bloedofferende schaap (foto) ergens een actuele weerspiegeling van is, ik ben benieuwd welke draai daaraan gegeven gaat worden. Fabre is altijd te bellen. Rau zoekt nog enkele niet-professionele acteurs om uitbeelding te geven aan Adam en Eva, Kaïn en Abel, de Ridders van Christus of de Rechtvaardige Rechters. Mogen zich ook melden, zo blijkt vandaag woensdag 14 maart uit diverse media: moordenaars, IS-strijders, mensen die naakt willen optreden en van appels en slangen houden… NTGent wil graag hun verhalen horen, die zij dan ook zelf willen vertellen. Meer iets voor een sociaal-“artistiek” project?? Meer info hier en hier over wat stilaan een hetze is geworden.

Je begrijpt al wel dat ik niet zal solliciteren, hoe doorleefd ook ik aan Kaïn en Abel gestalt(e) zou kunnen geven.

3 gedachten over “Theater!”

  1. Zeer goed geschreven Rob en waarheidsgetrouw. We willen organische spirituele theater maken maar krijgen nog subsidie of aandacht. Altijd in de ban zijn van een zgz sociaal thema etc…Men snapt gewoon niet dat het om de materie moet kunnen gaan. Een schilder die enkel illustreert is toch ook niet echt interssant nietwaar. Enfin, merci voor je mooie doorgronde opmerkingen.

    Liked by 1 persoon

      1. Dank je, Leïla. Ik vraag me ook af of een dergelijk project een taak is voor een “stadstheater”, dat kennelijk tegenwoordig eerder schurende vragen moet (!) stellen dan verbindend theater maken. Een auteur als Pinter “schuurde” overigens bijzonder stevig aan je ziel…

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s