Opruiing?

Mag ik je vertellen over iets dat onlangs voorviel, waar ik bij was, waar ik uiteindelijk verbouwereerd over was, en misschien zelfs wel wat van geschrokken ben? Overdrijf ik? Ik weet het zelf niet goed. Het is nu twee weken geleden, om precies te zijn, op 17 januari, dat ik in de Antwerpse Arenbergschouwburg naar de voorstelling ging van Marx. Dit is een monoloog, geschreven door de filosoof Stefaan Van Brabandt, die eerder al een tekst had gemaakt over Socrates. Dat was toen een beklijvende voorstelling. Marx wordt gespeeld door de acteur Johan Heldenbergh. Een herrezen Marx blikt anno nu terug op wat hij heeft voortgebracht en tegenwillens teweeggebracht. Hij is gekleed als een keurige burger. Driedelig. Rookt een e-sigaret. Het was een, althans voor mij, vreemd schouwspel, waarbij acteur en tekst rond elkaar heen draaiden als twee hondjes die graag met elkaar zouden willen spelen, maar om de een of andere reden wat bang waren voor elkaar. Vat kreeg ik er niet op. Vroeg me voortdurend af wat de auteur en de acteur mij diets wilden maken.

Dat Marx bij mij niet pakte, is irrelevant. Ik ben alleen maar ik, toevallig een liefhebber van theater, maar geen kenner; aan theaterkritiek wil ik hier dan ook niet doen. Bovendien was de volle zaal goed mee, kreeg ik de indruk, op wellicht enkele stoeltjes na, waar mogelijk ook iemand zat die het gekwispel op het podium niet doorgrond kreeg. Dus wat zou ik?

Ongeveer een kwartier voor het zo’n zeven kwartier durende spel, keerde Marx/Heldenbergh terug naar de verontwaardiging die hem in de negentiende eeuw getroffen moet hebben en die hem toen aanzette tot het neerpennen van zijn denken in enkele geschriften. Hij trekt die verontwaardiging ook naar het nu, en richt zich rechtstreeks tot het publiek, en geeft het draaien om de oren. De zaal is immers mede schuldig aan het neoliberalisme, roept hij, aan de fameuze 1%-99%, de zaal koopt spullen voor een prijs die alleen maar kan betekenen dat er ergens mensen worden uitgebuit, zoals hier ten onzent rond het jaar 1900. De naam van priester Daens is al eerder gevallen. Heldenbergh/Marx windt zich meer en meer op, zijn stem wordt steeds luider, de klank is opzwepend, het roept in mij beelden op van dictators… Als het einde nabij is – vergeef me de melodramatiek – klinkt het chanson ‘Quand on n’a que l’amour’ (link) van Jacques Brel. Een onbegrijpelijk, bizar contrast met wat eraan vooraf is gegaan. Is het een pleister?

Dan gebeurt datgene waar ik in het begin van dit stukje op doelde: zodra het duidelijk is dat de voorstelling gedaan is, veert het publiek onmiddellijk uit zijn stoelen recht in een daverend, ovationeel applaus, sowieso iets dat in een Vlaamse theaterzaal zelden voorvalt, en ik vraag me af wat mijn medetoeschouwers hiertoe drijft. Wat juicht men toe? De tekst? De acteur? De draai om de oren die zij gekregen hebben? De demagogie van een ontketende Marx? Het kan slechts een open vraag blijven, omdat ik hun beweegredenen niet ken. Maar het boezemt mij wel enige schrik in. Ik heb zojuist Animal Farm van Orwell gelezen, NVA-politici Francken en Jabon worden zelfs bij Waals extreem-links populair, en een weekje na deze voorstelling duikt de voorzitter van de NVA en burgemeester van Antwerpen De Wever op in de pers met suggestieve ‘opinies’ over de apartheid in zijn stad, over de Gutmenschen – de woordkeuze alleen al – en de linksen in het Brusselse Maximiliaanpark die vluchtelingen helpen en daarmee de Belgische sociale zekerheid op het spel zetten, en tovert hij voor de Antwerpse kieslijst uit zijn hoed het witte konijn Darya Safai – een Iraanse, hoogopgeleide vluchteling uit Iran, wonende in de Brusselse rand, die uitgesproken opkomt voor een homogene Vlaamse identiteit met hooguit een exotisch randje. Is ook zij een pleister?

Ik zit een weekje in Drenthe en heb gisteren het doorgangskamp Westerbork (WOII) bezocht en ben weer stil geworden. Ik denk aan mijn kleinzoon van negen, en aan de joodse jongetjes van zijn leeftijd die hier in dit kamp met de trein werden afgezet, van hun vader en moeder werden gescheiden, en niet meer terugkeerden.

Het is een mengelmoes van gedachten – ik geef het toe, dat mij verwart. Misschien is het juist dát wat ons de dag van vandaag onrustig maakt en ons doet teruggrijpen naar een heropflakkering van nationalisme, de vraag naar sterke leiders doet stellen, de behoefte aan toejuiching, de bereidheid ons te laten opruien, om onszelf te beschermen?

Een gedachte over “Opruiing?

  1. Mooie zelfbeschouwing, Rob. Ik heb het stuk niet gezien maar kan wel een beetje de sfeer snuiven, het lijkt een groot contrast met het optreden van Michael en Mustafa vorige week.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s