Genaturaliseer

4ec2db40-f37d-4709-be30-4b5466e29d6d-539233499.jpg

Onlangs is er op radio en televisie wat gemopperd door een Nederlander die de Belgische nationaliteit verwierf en niet onmiddellijk de fanfare De Breydelzonen of iets dergelijks had verwacht, maar toch een vriendelijk woordje in de trant van weest welgekomen. Peter Vandermeersch, ex-Belg, werkzaam in Nederland als hoofdredacteur van de krant de NRC, deed het omgekeerde en was opgetogen over de hartelijkheid waarmee hij als nieuwe Nederlander door de Nederlandse overheid was verwelkomd.

Na alles bij elkaar geteld zo ongeveer de helft van mijn leven in dit land te hebben doorgebracht, besloot ik in 2011 mijn Nederlandse nationaliteit op te geven en de Belgische aan te nemen. Dat is een louter administratieve handeling, zo bleek. Je gaat naar de dienst bevolking, er worden wat formuliertjes ingevuld, je levert twee pasfoto’s af, en na enkele maanden krijg je bericht. Zo zei de ambtenaar van dienst. Omdat die enkele maanden op een gegeven moment een half jaar waren geworden, en het inmiddels ook al 2012 was, belde ik dezelfde meneer en vroeg hem hoe het met mijn dossier stond. Even zien. “U bent al Belg sedert november 2011.” – “O, nooit iets van gehoord.” – “Ze hebben het nogal druk beneden, maar ik zal u die mevrouw even doorgeven.” – “Dank u.”

De mevrouw is allervriendelijkst. Ze spit in de stapels dossiers op haar bureau en vindt geheel onderaan het mijne. “Ik zal het boven op de stapel leggen,” belooft ze, ik denk dat ze glimlacht, en ze komt haar belofte na. Na enige tijd krijg ik inderdaad bericht dat ik mijn nieuwe identiteitskaart mag komen afhalen. En neen, ik verwachtte ook geen fanfare, ook die van “De Nethezonen” niet, maar er was werkelijk helemaal niets. Geen woordje van de ambtenaar, geen kaartje van de koning [grapje], geen officiële bevestiging enkele dagen later in de brievenbus. Niets. Zelfs geen join the club.

Of dat wel had gemoeten? Misschien niet nee, niet echt, het was immers een louter administratieve handeling, en ik had er na minimaal vijf jaar verblijf simpelweg recht op, hoefde geen inburgeringscursus ofzo te volgen, geen verdienste van mijnentwege dus, maar het had de “overstap”, die je dan toch niet zo vlotjes neemt, waar je lang over nadenkt, maar ook weer niet aan twijfelt, want je houdt van ’t Stad en van België met z’n koterijen – het had het wellicht iets feestelijker gemaakt.

Ik vroeg of ik nu nog iets met de Nederlandse nationaliteit moest doen. “Geen idee,” zei de man of vrouw aan het loket. “Het zal zo wel in orde zijn.”

Goed. Dan zelf een mailtje gestuurd naar het consulaat-generaal der Nederlanden in Antwerpen om te vragen wat me nu te doen stond. Ik kreeg daarop een boze telefoon van een mevrouw dat ik nooit zonder toestemming van Nederland de Belgische nationaliteit had mogen aanvragen! Ik heb op een gegeven moment maar gezegd “prettige dag verder, mevrouw”, en ingelegd.

Nog eens gemaild. Nu een bijzonder omslachtig antwoord per traditionele post van twee kantjes van een hogere in rang kennelijk dan de eerste mevrouw. Ik kreeg er kop noch staart aan. Maar het kwam erop neer dat ik, als ik dat dan per se wilde, wel afstand kon doen van mijn Nederlandse nationaliteit, door het afleggen van een verklaring op het consulaat zelf, en tegen betaling van € 30,00 leges. Dus ook nu géén fanfare.

Dat dan maar gedaan. Ik ben tegen het principe van de dubbele nationaliteit immers. En ik wilde Belg zijn. Weer aansluiten bij de geschiedenis van mijn grootmoeder, die, afkomstig van Duffel, in 1914 met man en kinderen naar Nederland was gevlucht, en daar was blijven hangen. Het was dus gewoon alleen maar aan de loop der geschiedenis te wijten geweest dat ik ooit Nederlander was geworden. Mijn vader is zelfs nog bijna veertig jaar Belg geweest, maar liet zich met de Tweede Wereldoorlog in het vooruitzicht, tot Nederlander naturaliseren, en droeg die nationaliteit vervolgens op zijn vier zonen over.

Maar nu was alles in orde.

Tot ik begin vorig jaar een brief kreeg uit Den Haag, bestemd voor Nederlanders, permanent verblijvend in het buitenland, die zich wilden laten inschrijven als kiezer bij Nederlandse verkiezingen. Ik liet dat bureau weten dat ik al enkele jaren geen Nederlander meer was, er afstand van had gedaan, niet voor een bord linzensoep maar voor dertig euro, hoe dat dan kwam dat ik toch nog ergens in een systeem als Nederlander stond vermeld? Er blijken zo’n twaalf databanken te zijn die persoonsgegevens bevatten, legde men me uit, en die zijn niet aan elkaar gekoppeld, maar als bijvoorbeeld de databank van de sociale zekerheid was geraadpleegd, dan had men het wel geweten, want die is wat dat betreft het meest accuraat. Zij krijgen immers de meeste veranderingen in persoonsgegevens door. Zelf had ik ze er inderdaad over bericht; zij betalen het Nederlandse stuk van mijn pensioen uit. “Wordt zo’n nationaliteitswijziging dan niet doorgegeven door België in dit geval aan Nederland?” Dat wist men niet, nee. Ze konden het ook niet in hún bestand zomaar veranderen. Ik zou dan een brief moeten schrijven naar… ik zei heel snel: “Nee-nee, laat maar.”

De bevoegde dienst van het consulaat-generaal der Nederlanden was inmiddels opgeheven en overgebracht naar de ambassade in Brussel. Zo zei me een medewerker aldaar aan wie ik de vraag stelde hoe de vork aan de steel zat, en hij zei, zwart op wit, dat door mijn aanvaarding van de Belgische nationaliteit ik ambtshalve de Nederlandse nationaliteit sowieso kwijt was. “Ik had dus helemaal geen afstandsverklaring hoeven af te leggen?” – “Nee, inderdaad. Van wat men niet heeft, kan men ook geen afstand doen.” – De logica zelve. – “En die mevrouw in Antwerpen wist dat dan niet en liet me ook nog dertig euro betalen terwijl dat niet nodig was?!” – “Ik kan niet in het verleden gaan zoeken, meneer, wat daar gebeurd is, weet ik niet.”

Kennelijk was er wel een reden geweest om de dienst over te hevelen van Antwerpen naar Brussel: onbekwaamheid. Of gesjoemel met legesgelden.

Dus mopperen op de Belgen dat ze niet een beetje meer decorum aan het Belg-worden besteden, vind ik echt wel terecht, maar de onverschilligheid van de Nederlanders in dit geval kan ook wel tellen.

Bevestiging-naamschrijving

Sinds ik Belg ben schrijf ik mijn familienaam – officieus – weer als vanouds: Vanderwildt, en niet het door mijn vader in 1941 aan de Nederlandse gewoonten aangepaste vorm van der Wildt ofwel Wildt, van der – drie-woorden-dt – , dat aldaar al gauw leidt tot van de Wild, de Wilde, de Wild of kortaf Wild. Een toegeving die ik van mijn vader begrijp, want hij moest aanvankelijk steeds aan de Nederlanders uitleggen dat het dus niet drie-woorden-dt was, maar één-woord-en-hoofdletter-V – maar Belgen springen gelukkig dan weer wat zorgvuldiger en respectvoller met familienamen om. Wij kennen geen “tussenvoegsel”, alsof een familienaam deelbaar zou zijn in stukjes met meer of minder waarde.

En zo is het dus altijd wel wat.

© 2018 Antwerpen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s