Wachtruimte

Donderdag 28 december 2017, rond halftien rijd ik de parkeergarage in van het Sint-Augustinusziekenhuis aan de Oosterveldlaan in Antwerpen Wilrijk. Min-1. Het parkeren gaat gezwind. Achteruit ingedraaid. Met de lift naar boven. Het is een stomme lift. Er bestaan liften die praten. “Naar boven.” – “Tweede verdiep.” Er zijn pratende liften in Vlaanderen uit Nederland ingevoerd. Zij praten “Hollands”: “BeGane Grond” – keelharde G – waar wij zeggen: “Gelijkvloers”. Zou de liftenfabrikant bij een levering aan Frankrijk bijvoorbeeld, ook de taal, de uitspraak, niet aanpassen? Hopelijk laten ze in geen geval een Hollandse dame “rez-de-chaussée” zeggen…

Bij de aanmeldzuil in de hal steek ik mijn identiteitskaart in de gleuf. Na akkoord te zijn gegaan met de informatie op twee achtereenvolgende schermpjes, schuiven er twee velletjes zelfklevers met mijn administratieve gegevens uit de zuil, plus een briefje waarop staat hoe ik bij Neurochirurgie kom. Kan nooit kwaad, al ben ik hier meermaals geweest. Twee operaties aan de rug in het lumbale gedeelte.

In de wachtkamer is het kalm. Zes mensen zitten er. Een mevrouw alleen, een echtpaar, en een groepje van drie, hun onderlinge relatie een vraagteken, een van hen zit in een rolstoel en spreekt Frans en gebrekkig Nederlands. Goedemorgen zeggen kan, maar veelal wordt in Vlaamse wachtkamers een dergelijke groet niet beantwoord, hooguit met zichtbare tegenzin. Hier niet binnenkomen met “goedesmorgens”. Ge zijt gewaarschuwd.

Op het vroege tijdstip zijn de afspraken nog niet uitgelopen. Om kwart over tien zitten mijn vrouw en ik in ’s dokters spreekkamer. De reeds gemaakte mri geeft geen fraaie indruk van de toestand waarin mijn tussenwervelschijven verkeren. De neurochirurg is het daarmee eens, kijkt er niet van op dat ik ferme pijnklachten heb. Een derde keer opereren zou kunnen, zegt hij, er meteen de vraag aan toevoegend: “Maar waar eindigt het dan?” Een vierde? Een vijfde?

En de neuropatische pijn in uw benen raakt er niet door opgelost, want dat is een op zich staand, apart probleem. Dus toch. Eindelijk, na twintig jaar onderzoek en verbanden en dwarsverbanden zoeken en een gans gamma farmaproducten innemen, eindelijk iemand die iedereen tegenspreekt. “Het zijn twee verschillende aandoeningen.” Dank u, dokter. Hij heeft gelijk.

Waar eindigt het ingrijpen, waar eindigt je leven?

De vraag stellen is ze ditmaal niet beantwoorden, want een antwoord bestaat niet op deze vraag. Er komt een moment waarop men gewoon zegt: “Hij sterft”, zoals Lear het zegt in Shakespeare’s King Lear.

b03f9527-4804-4cd3-8c72-bb4f66f64d3e-1295647801.jpg

De vraag van de dokter brengt me niet van streek. Ik ben nog maar zeventig maar toch al zeventig. Mijn levenswijze heeft ernstige kwetsuren veroorzaakt aan de longen en waarschijnlijk aan de benen, en de jaren aan de rug. Het maakt dat je over je levenseinde wat vaker nadenkt dan wanneer je op mijn leeftijd nog de tocht naar Compostella zou kunnen ondernemen, met een geel fluohesje van Okra aan, bijvoorbeeld, of zou kunnen ravotten met de kleinkinderen.

Tien, vijftien jaar, zegt de neurochirurg, vijf zegt de pneumoloog. Het maakt geen verschil, hooguit cijfermatig. Vandaag geloof ik de longarts, morgen de chirurg. Hangt af van de intensiteit van de pijn. Pijn drukt een stempel op mijn humeur en levenszin. Er zijn dagen dat ik daar zelf erg moe van word. Ook helemaal geen zin meer heb in mezelf. Wat moet dat dan wel niet voor mijn naasten zijn? Zoon zegt: “Je bent niet de enige van zeventig die al eens wat hulp nodig heeft”, als hij me, op vakantie met hem in de Moezelstreek, mij, op de fiets, een te optimistisch ingeschatte helling op duwt.

Is dit oud worden? Dat “zin” tergend langzaam uit je lichaam en je geest verdwijnt, zonder overigens dat “zinloos” de bovenhand krijgt? Tegenstrijdig is het. Je bent blij met de rugzak die je al die jaren steeds maar meer hebt gevuld, minder blij dat je tegelijkertijd vaker even moet gaan zitten om te bekomen van het sjouwen van dat zware ding. Dan is het net als in de wachtruimte waar je staat na het onderhoud met de dokter.

“We kunnen het doen, maar waar eindigt het?”

“Goedemorgen.”

2 gedachtes over “Wachtruimte

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s